Foto: Daniele Levis Pelusi

Evolutie van het begrip e-inclusie naar een continuum

Artikel
Auteur(s): 
Ilse Mariën - VUB - SMIT

Digitale kloof: neen! Digitale uitsluiting: ja!

Digitale uitsluiting werd lange tijd gezien als een kloof tussen mensen met toegang en mensen zonder toegang. e-Inclusie oplossingen werden in het begin dan ook in die lijn ingevuld. Er werd ingezet op (ultra)snelle internetnetwerken, openbare computerruimten en andere initiatieven om de toegang tot computer en internet te verhogen. e-Inclusie werd gezien als een probleem van kwetsbare groepen zoals mensen in armoede, laagopgeleiden of langdurig werklozen. Er werd met andere woorden een automatisch en rechtstreeks verband gelegd tussen sociale uitsluiting en digitale uitsluiting.


 

Iedereen kan digitaal uitgesloten zijn of worden !

Ondertussen is het duidelijk dat de achterliggende problematiek veel ruimer is. Of iemand al dan niet digitaal uitgesloten is, wordt bepaald door dertien socio-economische en digitale factoren, en hoe deze zich tot elkaar verhouden:

5 indicatoren uit het sociale veld

Inkomen

Opleiding

Maatschappelijke participatie

Agency

Welzijn en welbevinden

8 indicatoren uit het digitale veld

Toegang

Attitude (of motivatie)

Digitale vaardigheden

Communicatie- en soft skills

Autonomie (in gebruik en in ontwikkeling van vaardigheden)

Mediakarakter van de omgeving

Digitale praktijken en routines

Ondersteuning

Iemand kan bijvoorbeeld op sociaal vlak over alle voordelen beschikken, zoals een hoog inkomen, hoog opgeleid zijn, werk hebben, volop deelnemen in het vrijetijdsleven, maar op digitaal vlak toch geconfronteerd worden met digitale uitsluiting door een gebrek aan motivatie, een gebrek aan hulp en een gebrek aan zelfvertrouwen. Het omgekeerde kan evengoed. Iemand kan verschillende drempels ervaren op het sociale vlak, maar toch volop de voordelen plukken van digitale media.

Dit betekent vier dingen:

(1)  digitale uitsluiting gaat niet om een kloof tussen mensen met toegang en mensen zonder toegang; ook de andere factoren zoals vaardigheden, motivatie, of het mediakarakter van iemands omgeving, zijn bepalend;

(2)  sociale uitsluiting leidt niet automatisch tot digitale uitsluiting;

(3)  sociale insluiting gaat niet automatisch gepaard met digitale insluiting; en

(4)  iedereen, ongeacht zijn sociaaleconomische situatie, kan digitaal uitgesloten zijn.


 

Van een kloof naar een volledig continuüm

Er is een breder kader nodig om te begrijpen wie digitaal uitgesloten is. Het onderstaande continuüm van digitale ongelijkheden biedt hiertoe een houvast. Het omvat, verdeeld over vijf gradaties, alle mogelijke posities die mensen kunnen innemen tussen volledige uitsluiting en volledige insluiting, in het sociale en in het digitale veld.
 

Figuur – Continuüm van digitale ongelijkheden

De onderstaande tabel geeft weer hoe de vijf gradaties concreet zijn ingevuld:

Gradaties

Sociale ongelijkheden

Digitale ongelijkheden

(1) Diepe uitsluiting

Meerdere drempels (laag of geen inkomen, werkloos, laagopgeleid, slechte woonst…) die elkaar onderling versterken en die niet op eigen kracht overbrugbaar zijn.

Meerdere drempels (geen toegang, lage vaardigheden, lage motivatie, geen ondersteuning in de buurt…) die elkaar onderling versterken en die niet op eigen kracht overbrugbaar zijn.

(2) Brede uitsluiting

Meerdere drempels die minder sterk verweven zijn en samengaan met een zekere mate van maatschappelijke participatie.

Meerdere drempels die elkaar minder sterk beïnvloeden en samengaan met een zekere mate van toegang, motivatie, gebruik en vaardigheden.

(3) Geconcentreerde

uit-/insluiting

Eén of twee zeer specifieke drempels die niet op eigen kracht overbrugbaar zijn. Sterke maatschappelijke participatie op andere vlakken.

Eén of twee zeer specifieke drempels (bv. gebrek aan toegang) die niet op eigen kracht overbrugbaar zijn, maar samengaan met een frequent gebruik, sterke vaardigheden, grote motivatie…

(4) Brede insluiting

Sterke maatschappelijke participatie. Drempels komen voor, maar kunnen makkelijk overwonnen worden, onder meer door de beschikbaarheid van hulp in de omgeving.

Kwaliteitsvolle toegang, frequent gebruik, sterke vaardigheden… Digitale drempels komen voor maar kunnen makkelijk overwonnen worden, onder meer door de beschikbaarheid van hulp in de directe mediarijke omgeving.

5) Diepe insluiting

Zeer sterke maatschappelijke participatie.
Weinig tot geen drempels: hoog inkomen, tewerkgesteld, hoogopgeleid, hoog welbevinden…)

All-round 24/24, 7 op 7 toegang en gebruik. Sterke digitale vaardigheden. Grote autonomie in gebruik en in de ontwikkeling van digitale vaardigheden.


 

Wat betekent dit nu voor een e-inclusiebeleid?

Enkel inzetten op toegang is onvoldoende. Een e-inclusiebeleid moet vertrekken vanuit een breed kader en uitgaan van een aanpak op maat. Het moet inspelen op de specifieke situatie van mensen: Gaat het om iemand die diep sociaal uitgesloten is, maar slechts te maken heeft met geconcentreerde digitale uitsluiting? Gaat het om iemand die breed sociaal ingesloten is, maar toch geconfronteerd wordt met diepe digitale uitsluiting? De mediaprofielen (zie www.mediaprofiel.be) bieden hier houvast en sturing.

Lees meer over